In een nog niet zo ver verleden werden er tinnen voorwerpen gemaakt in Leerdam. Het bedrijf heette tingieterij Zwartebol van der Leeden. Mijn schoonvader Henk v.d. Broek heeft er nog gewerkt. In "Leerdam door de eeuwen heen" heb ik er geen informatie over gevonden en ook Olga Danz heeft er maar een alinea voor over in haar boek "Wij Hutters". Mijn schoonouders leven helaas niet meer dus zal ik andere bronnen moeten aanboren om nog iets over de tinfabriek te weten te komen.
Wat valt er nog boven water te halen over de tinproductie alhier, niet veel.
Tine Planken heeft het tin al lang verbannen naar de zolderetage, alleen tijdens de uitverkoop komt het nog in de winkel te staan. Tin is uit! Tin is truttig! Eerlijk gezegd, kom je het ook alleen maar tegen op de rommelmarkt en in de kringloopwinkel. Mooi tin staat er tussen een heleboel rommel en voor een paar euro krijg je het al mee. Een zoektocht via internet, Leerdammers en het museum en het VVV in Tiel! levert het volgende op.
In 1968 werd te Leerdam een tinfabriek gestart door de heren H.M.J. Zwartebol en C.J. van der Leeden onder de naam Zwartebol en van der Leeden B.V.. Om de concurrent het hoofd te kunnen bieden, besloten zij om de tinfabriek open te stellen voor excursies en de producten ook rechtstreeks aan de consument te leveren. Deze aanpak wierp zijn vruchten af. In 1985 nam Zwartebol en van der Leeden B.V. de gefailleerde Metaalwarenfabriek RIO N.V. in Tiel over. Dit bedrijf bestond toen 75 jaar. Deze metaalwarenfabriek ging verder onder de naam Tielse Tinindustrie RIO B.V.. Eind 1988 betrokken de beide B.V.’s de panden van een oude metaalwarenfabriek in Kapel-Avezaath. De heren Zwartebol en van der Leeden besloten per 1 oktober 1993 de twee bedrijven te fuseren tot één bedrijf: Tielse Tindustrie RIO B.V., waarvan de heren de directie vormden. Medio 1998 overleed een van de oprichters, de heer H.M.J. Zwartebol. Hierna trad zijn zoon, de heer H.L. Zwartebol, toe tot de directie. Tingieterij Rio is in 2004 failliet gegaan maar zou daarna een doorstart gemaakt hebben als tingieterij Leerdam of Zwartebol, daarover is echter niets te vinden.
Tin en Tiel horen bij elkaar, net zoals Glas en Leerdam. De Hanzestad Tiel was in de vroege Middeleeuwen al een belangrijke overslaghaven voor dit metaal. Er zijn resten van Vikingschepen en een goudschat gevonden die verband houden met de internationale handel in tin. De Noormannen vonden de stad blijkbaar al interessant. Maar tingietersgilden vond je wel in meer steden. Aan het einde van de 19e eeuw groeide Tiel uit tot een nijver industriestadje met diverse fabrieken in metaalwaren, zoals Daalderop, Kurz, Rio en Metawa volgens het boek "Tussen forceerstaal en gietmal". Daarin worden de producten en de bedrijven die er in Tiel zijn geweest beschreven. Bovendien bewaart het museum in Tiel een digitaal fotoarchief van vele honderden foto’s betreffende de Tielse metaalwarenfabrieken. Beide (boek en foto’s) zijn na afspraak in dat museum te raadplegen.
"Oud Hollandse Tingieterij Tio" ontving haar bezoekers met koffie en cake, waarna een videofilm volgde over het proces van tinwinning tot product. Daarna volgde een rondwandeling door de tingieterij, waar tin werd gegoten, geforceerd en bewerkt en waar van alles te koop was. Tot slot werd, nogmaals onder het genot van een kop koffie, een uiteenzetting gegeven over verschillende soorten tin, waarop men als souvenir een tinnen lepeltje meekreeg, wie is er eigenlijk niet geweest? Met busladingen tegelijk stapten bezoekers over de drempel van deze toeristentrekker om het hedendaagse tingietersgilde op de vingers te kijken. De ambachtslieden worden er niet warm of koud van. De rondleiding eindigt vanzelf in de showroom, waar 2.500 verschillende tinnen voorwerpen geduldig op een koper wachtten. Eén van de meest bloeiende industrieën in Tiel was vroeger de tinindustrie; Daalderop, Metawa, RIO, en Kurz (tin) waren bekende namen.
Tinnen objecten waren in het verleden gewone gebruiksvoorwerpen. In de negentiende eeuw nam de productie hiervan geleidelijk af door de opkomst van met name ijzeren gebruiksvoorwerpen in de keuken en beperkte deze zich tot lepels, bordjes, beddenkruiken, thee- en koffiepotten en vloeistofmaten. Later kreeg het tin zijn historische waarde en ontstond de voorliefde voor het zogenaamde siertin. Dit oud-Hollands tinnen serviesgoed, zoals bier- en wijnkannen, theeserviezen, kandelaars, schotels en schaaltjes was in de jaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw zeer populair, daarna was het echt helemaal afgelopen, de ene na de andere tingieterij sloot de deuren.
Een voorbeeld is ook de firma Meeuws oorspronkelijk uit Den Haag. De oprichter, Jan Meeuws, huwde de dochter van de bekende Rotterdamse tingieter Jan Druij en nam de vormen, waarvan de oudste uit 1640 dateerde, van dat bedrijf mee naar Den Haag. Later werden hier nog verscheidene oude vormen uit andere bedrijfsboedels aan toegevoegd en bereikte daarmee een aantal van maar liefst 300 stuks. De firma Meeuws werd in 1963 overgenomen door Metawa (Tielse Metaalwaren Fabriek), gevestigd aan de Spoorstraat in Tiel. Meeuws bleef echter nog enige jaren actief aan de Molenstraat in Den Haag. Een deel van de historische gietmallen, met name van Rotterdamse origine, werd in 1963 veilig gesteld en aangekocht door het Historisch Museum Rotterdam. Een ander deel kwam in 1985 bij het faillissement van Metawa terecht bij het Tielse Streekmuseum De Groote Sociëteit. Het museum nam ook de unieke gietstoel van Meeuws uit circa 1775 in de collectie op. Daarnaast bezit het museum ook diverse producten van de firma Meeuws. De firma Meeuws gebruikte als merkteken de Haagse ooievaar in een cirkel met rondlopend de firmanaam. In de loop van de tijd veranderde dit merk en zelfs bij de overgang in 1963 naar Metawa werd nog een nieuw merk geïntroduceerd. Evenals bij de zilversmeden gebruikelijk was, hanteerden tingieters ook een meesterteken om hun werkstukken mee te merken. Dit vormde een garantieteken van de tingieter, dat het product uit zijn werkplaats afkomstig was en van goede kwaliteit was. In de twintigste eeuw werd die traditie voortgezet door de Tinfabrieken ook al waren de productiemethoden veranderd.
De moderne tinnen siervoorwerpen zijn niet giftig, geven geen smaak af, roesten niet en hebben een hoge isolerende waarde. De grondstof voor modern tin is tinerts. Dit wordt voornamelijk gewonnen in Azië en met speciaal geconstrueerde machines opgebaggerd en gezuiverd. Daarna wordt het erts geraffineerd op 99,916 % zuiverheid. Het hieruit verkregen zuivere metaal wordt in blokken van 35 kg verkocht. Zuiver tin heeft een zilverwitte kleur en een laag smeltpunt, ongelegeerd 230 graden Celcius. Gelegeerd tin kan met gieten in vormen of het kan gewalst worden tot plaat. Het blok tin wordt gesmolten en wordt met de hand gegoten in metalen of rubberen mallen. De plaat tin wordt niet gesmolten maar geforceerd (het rond een model in vorm brengen), of gestanst ( het uit een tinnen plaat snijden van een voorwerp of onderdeel). De losse onderdelen van een siervoorwerp worden aan elkaar gesoldeerd, na eventuele patinering kan het artikel beschilderd of gegraveerd worden. In Tiel produceerde men echt van alles van traditionele Rembrantskannen tot de moderne ontwerpen van Jan des Bouvrie.
Andere tingieterijen zochten nieuwe wegen; bijvoorbeeld Daalderop.
Daalderop is opgericht in 1880 in Tiel, waar het bedrijf ook nu nog gevestigd is. In de beginjaren werkten bij Daalderop zo’n twintig mensen die koperen gebruiksvoorwerpen maakten, zoals pannen, ketels en olielampen. In 1913 exporteerde het bedrijf onder meer petroleumlampen, gaslampen en gekleurd koperwerk. Midden jaren twintig richtte Daalderop zich op de vervaardiging van elektrische producten. Zo’n tien jaar later bleek de binnenlandse concurrentie zo groot dat nieuwe productmarkten werden aangeboord. De eerste boilers – toen nog "heetwaterreservoirs" genoemd – waren een feit! Daarnaast bleef Daalderop de meest uiteenlopende huishoudelijke artikelen maken die in elk geval één gemeenschappelijk kenmerk hadden: ze bestonden voor het grootste deel uit metaal, zoals koper, aluminium, tin en messing. Sedert midden jaren tachtig legt Daalderop zich steeds meer toe op de ontwikkeling en productie van warmwater- en verwarmingsapparatuur.
Een ander kenmerkend verhaal in de tinwereld is het opstarten van nieuwe bedrijfjes. Een bekende naam is C. KURZ & CO, HOLLAND. Na technisch vakmanschap in metaalbewerking opgedaan te hebben bij Daalderop richtte Coen Kurz in 1896 de firma C. KURZ & CO, HOLLAND in Tiel op. Het bedrijf floreerde en een tweede generatie nam de fabriek over. In 1985 start de firma Kurz met de overname van andere tinbedrijven en groeide zo uit tot een bedrijf met 100 werknemers. In 1987 werd besloten de fabriek te verplaatsen naar Zeist.
Nog een aantal weetjes over Tin. Tin is al lang geleden ontdekt als grondstof. Al ver voor de Romeinse tijd waren er tinmijnen, alleen was de naam anders: Stannum. Wij kennen vooral het donker Tin. Dit is eigenlijk raar, want Tin is van nature zilverkleurig! Hier is ook meteen te verklaren waarom het misverstand is ontstaan dat mensen denken dat er zilver in "zilvertin"(of Frans Tin) zit. Donker en "zilver tin" heeft dezelfde oorsprong. In een voorwerp van Tin zit natuurlijk Tin maar dit is een erg zacht metaal dus wordt er Antimoon toegevoegd voor de hardheid en Koper om de taaiheid te verbeteren. Dit is de reden waarom tin nooit 100 % is, maar 94%. Het kleurverschil ontstaat door de manier waarop het behandeld is. Als je tin oppoetst/polijst en verder niets aan doet is het helder/zilverkleurig (de originele kleur). Als je het in een zuurbad dompelt dan oxideert het tin en kleur het grijs. Er wordt overigens vaak wel meer aan het Tin toegevoegd zoals lood maar met dit giftig metaal is het niet meer geschikt als gebruiksvoorwerp! Echt tinnen voorwerpen zijn een stuk lichter van gewicht dan "nep" tinnen voorwerpen, die zwaar aanvoelen. En zoals gezegd, tin is uit de mode en daarom spotgoedkoop aan te schaffen door verzamelaars.
Albert Folkerts
Jaargang 25, nr. 2
@