Spaanse troepen onder leiding van Chiapini Vitelli, markies van Cetona, hebben gisterennacht Leerdam ingenomen. Na een beestachtig bombardement, dat ruim elf uur duurde en waarbij het Leerdamse kasteel werd vernietigd, hebben de troepen van “het kalf”, zoals de markies in de volksmond wordt genoemd, de stad bezet.
Plunderingen zijn uitgebleven, maar in ruil hiervoor moest de burgerij van Leerdam lijdzaam toezien dat drie vooraanstaande en gewaardeerde ingezetenen terecht werden gesteld op het galgenveld buiten de stad.
De twee vendels geuzen, soldaten van de Prins van Oranje mochten ongedeerd de stad verlaten. Onder aanvoering van hun leider Laeken van Bueren en met hun geweren, “zonder brandende lonten”, maar met achterlating van het zware geschut.
“Het was gruwelijk,”vertelt een ooggetuige, die graag anoniem wenst te blijven. “Vanaf vanmorgen vier uur hebben de Spaanse kanonnen de hele tijd het kasteel en de verdedigingsmuren ten zuidwesten van de stad, ter hoogte van het veer naar Asperen beschoten. De kruitdamp was zo dik dat we haast geen adem konden halen. Onze ogen traanden. Het leek of de lucht zelf in brand stond. De stad schudde op haar grondvesten en met het uur zagen we ons kasteel in elkaar storten. Het trotse rondeel zakte in de Linge. Het was verschrikkelijk en dan vooral ook de angst: Wat zouden die soldaten doen als ze de stad innamen? Zouden ze aan het plunderen en verkrachten slaan?”
De verontwaardiging over de actie van markies Vitelli en zijn soldaten is groot. Men spreekt zelfs van een oorlogsmisdaad. “De overval was een laffe daad,”zegt aanvoerder Laeken van Bueren desgevraagd. “Ik was met de gezanten van Vitelli overeen gekomen dat ik de burgers zou proberen te overtuigen, dat het beter zou zijn de stad over te geven. Hij stemde toe en beloofde dat de burgers met rust zouden worden gelaten. Ik heb mijn best gedaan en dat kostte echt veel moeite. De burgers waren in paniek. Ze waren bang voor de levens van hun dierbaren, maar ook bang voor het gevaar van plunderingen. Zij zagen de soldaten het geschut opstellen en zij zagen ook dat er Waalse huurlingen onder de belegeraars waren. Zoals u weet, betekent dat slecht nieuws. Die Walen zijn niets ontziende plunderaars. Die vermoorden hun moeder nog voor een stuiver!”
Laeken van Buren ziet er aangeslagen uit. Hij overziet zijn troepen die gedemoraliseerd op weg zijn naar Gorinchem. “De burgers wilden de poorten gesloten houden. Zij waren panisch en vertrouwden Vitelli niet. We hebben uren en uren gepraat en uiteindelijk heb ik hen ervan overtuigd dat mijn soldaten en ik de stad niet uit handen van de Spanjaarden zouden kunnen houden. De overmacht was gewoon te groot. Verzet zou onherroepelijk tot wraakacties leiden. Het was inmiddels nacht geworden en blijkbaar was het geduld van Vitelli op. Want op het moment dat we ons over wilden geven, begon het bombardement. Elf uur lang waanden we ons in de hel! De verdedigingswerken werden aan flarden geschoten. De kasteelmuren stortten in en plonsden in de Linge. En wat we ook deden om de aandacht van Vitelli te trekken, hij negeerde ons. Met vlaggen en seinen gaven we aan dat we ons over wensten te geven…….. tevergeefs!”
‘s Middags om vier uur staken de vijandelijke soldaten de Linge over en maakten zich op om de in puin geschoten muren te bestormen. Ze zetten ladders tegen de geblakerde resten. De belegeraars joelden en schreeuwden. “Het was zo ongelooflijk dreigend,” aldus een aan andere ooggetuige. “Ik had een wapen, maar ik zag dat ik er niets mee uit zou kunnen richten. De Spanjaarden en Walen zijn zulke ervaren soldaten. En als we zouden vechten, wat zouden ze dan met onze kinderen en vrouwen doen? Ik wierp mijn wapens op de grond, net als alle anderen en we riepen allemaal dat we ons wilden overgeven. De Spanjaarden bleven in slagorde opgesteld staan en wachtten op het bevel van het Kalf,” hier stottert onze anonieme ooggetuige even en kijkt schichtig om zich heen…… “Kunt u dat misschien doorstrepen? De Spanjaarden lopen nog steeds in de stad…. Ik ben bang dat ze me zullen straffen!” Zonder zijn verhaal af te maken loopt de man gejaagd weg.
Met moeite kon Vitelli zijn mannen in bedwang houden. Zij wilden aan het plunderen slaan. Leerdam was een rijke stad. Het lag vol met goederen uit de hele omgeving. Tandenknarsend moesten de soldaten toezien dat hun aanvoerder beloofde dat de stad zonder geweld zou worden ingenomen. Zij brandden van verlangen om de stad met geweld in te nemen en hun soldij aan te vullen met buit.
“En toen begon de nachtmerrie pas echt,” aldus een vrouwelijke ooggetuige. Vitelli eiste in ruil voor een vreedzame inname dat drie burgers aangegeven zouden worden. Ze wilden Joost de Jonge, onze predikant, de schoolmeester Rogier Joosz en de Asperse predikant Quirinus de Palme. “U moet weten dat zij hele vrome Christenen waren. Ja, ik zeg waren, want ze zijn beestachtig afgeslacht! Die paapse Kalf heeft ze gewoon laten vermoorden. Als voorbeeld! Om zijn mannen misschien rustig te krijgen? Om de Leerdammers te straffen? Om de Prins van Oranje een les te leren? Wie zal het zeggen?
Hij eiste, schreeuwde en tierde dat hij de drie mannen in handen wilde krijgen. Toen dat niet snel lukte, gaf hij het bevel dat alle Leerdammers bijeengedreven moesten worden in het stadhuis. Met veel geweld werden we als vee opgedreven. U kunt zich voorstellen hoe bang wij waren. Wij dachten dat er met ons zou gebeuren wat er ook in Naarden en Zutphen met de bevolking was gebeurd. U weet dat niet???? De mensen daar zijn gewoon afgeslacht!”
De vrouw is zichtbaar geëmotioneerd als zij aan deze traumatische ervaring terugdenkt. “Daarna renden de soldaten door de straten. Ze krijsten, gilden en trapten deuren en vensters in. Maar zij konden de mannen niet vinden. En opeens klonk er een gejuich op. Het bleek dat een van onze eigen burgers de schuilplaats van onze lieve predikant had verraden…. Voor 10 stuivers, meneer…… Kunt u zich dat voorstellen? Wat een verschrikkelijk laffe daad…. Jammer genoeg weten we niet wie het geweest is.
De soldaten sleepten Joost de Jonge het plein over. Een van hen sloeg de arme man met de kolf van zijn geweer in het gezicht. Het bloed spatte meters ver!”
De Spaanse en Waalse soldaten kregen snel daarna ook de andere twee mannen in handen. De bevolking werd vrijgelaten en niet lang daarna voltrok zich de afschuwelijke executie. Het was alsof een van de helse taferelen van Hiernoymus Bosch tot leven kwam. Soldaten, de drie arme gevangenen en een groot deel van de bevolking, trokken via de Hoogpoort en de Horndijk naar het Galgenveld aan de Linge. De vrouw van Joost de Jonge trok, om genade smekend, mee. “Man, waar gaat gij heen, waar gaat gij heen? De mishandelde en bloedende predikant draaide zich nog om en zei: Mijne lieve schaapjes, troost U in den Heere Uwen God, Die toch een Vader en Beschermer is van alle weduwen en weezen. Vertrouwt op Hem alleen, mijn lieve schaapjes; het kan nu met mij niet anders gaan; de goede God heeft het aldus met mij besloten.
Vitelli, die het geschreeuw van de vrouw niet meer aan kon horen, gaf het bevel de vrouw en de kinderen op te sluiten.
Nog geen half uur later hingen Joost de Jonge , Rogier Joosz en Quirinus de Palme geworgd aan de galg. Zij zouden daar nog weken hangen als voer voor de kraaien. Wrang, want Joost de Jonge had eigenlijk op een Synode in Dordrecht moeten zijn. Vanwege de dreigende situatie besloot hij in Leerdam te blijven. Hij wilde de Leerdammers niet in de steek laten……..
Leerdam werd ingenomen op 12 juli 1574. De bezetting zou nog ruim twee jaar duren.
Meer weten????? De exacte details kennen? Koop dan het boek van de Historische Vereniging!!!