Historische Vereniging Leerdam Foto van de Maand Foto vd Maand Fotobank Contact Lid Worden

NAPOLEON IN LEERDAM

 

1811
Napoleon in Leerdam
Rob Witteveen
 

 

Wat een spannende tijd, die overheersing door de Fransen van ons kleine land. Vaak merk je er niks van en gaat iedereen z'n dagelijkse gangetje. Soms mag je naar school om te leren lezen, schrijven en rekenen. Dan weer is de school dicht en moet je thuis helpen, de kippen voeren, eieren rapen, de geit verzetten, of brood halen bij de bakker. Dat laatste is het fijnst, want soms krijg je een extra homp brood dat nog warm is en zo lekker geurt. ,,Eet maar gauw op,'' zegt de vrouw van de bakker dan. ,,Je bent broodmager, jochie.''

Maar er zijn ook momenten van spanning, ja van doodsangst. Dan komen gewapende mannen in opstand, en komen er overal vandaan opeens Franse soldaten tevoorschijn. Zij slaan met sabels, steken met hun bajonet op de mannen in en schieten in de lucht. Eén keer schoten de soldaten rechtstreeks op twee mannen, en die vielen bloedend op de grond. Dat was heel naar om te zien. De één bleef meteen dood liggen, maar de ander gilde van de pijn en spartelde nog een hele tijd na. Nu nog kun je aan de straatstenen zien waar ze hebben liggen bloeden.

Maar vandaag komt de grote Napoleon door Leerdam heen. Hij is op doortocht van Gorcum naar Vianen, want hij komt ons land inspecteren en dat doet hij per boot, koets en paard. Vandaag komt hij over de dijk uit Arkel, en dan kan het zijn dat hij in zo'n zwarte koets zit. Want zijn vrouw, keizerin Marie Louise, reist met hem mee en bij slecht weer kruipt Napoleon dan bij haar in de koets. Maar bij mooi weer zit hij te paard, want dan kan hij alles beter overzien en controleren op zijn inspectietocht. Het is nu zondag 6 oktober 1811, en het is mooi droog weer. Ik hoop dus dat hij te paard is, dan kan ik hem beter zien.

Op school heeft de meester al verteld, dat de grote Napoleon helemaal niet zo groot is. Hij is juist heel klein, maar de meester heeft gewaarschuwd dat we daar niet om mogen lachen. Want dan kom je in de gevangenis en gaan ze je martelen. Eerst had Napoleon zijn broer Lodewijk naar Holland gestuurd, om er namens de keizer te regeren. Dat schijnt een heel aardige man te zijn geweest, die zelfs heeft geprobeerd om onze taal te spreken. ,,Iek ben jullie konijn,'' heeft Lodewijk Napoleon toen gezegd, maar ook daar mocht je niet om lachen. Hij had 'koning' als 'konijn' uitgesproken, en sinds die tijd werd hij Konijn der Nederlanden genoemd.

Maar keizer Napoleon heeft zijn broer Lodewijk weer afgezet, en nu komt hij zelf kijken hoe het hier gaat. Dat heeft de meester ons vorige week verteld, en nogmaals heeft hij gewaarschuwd dat we niet 'konijn' mogen roepen en ook niet mogen lachen omdat hij zo klein is. Dat is heel raar, want we moeten wél blij zijn en vrolijk met vaantjes staan zwaaien langs de kant van de Kerkstraat. Napoleon komt door de Veerpoort Leerdam binnen, en gaat dan via de Kerkstraat en de Hoogstraat door de Hoogpoort weer Leerdam uit. Vandaar gaat hij over de Horndijk en de Diefdijk verder naar Vianen.

En zo staan we nu in de Kerkstraat te wachten op de komst van de grote keizer die toch heel klein is. Ze hebben de Veerpoort versierd en alle paardestront van de straat geveegd. Overal staan soldaten op de uitkijk, en de mensen hebben zich in het net gekleed. Het is trouwens toch al zondag, en de kerkdienst was vanmorgen een uur vroeger dan normaal. Er staan ook trompetters op de kerktoren, met van die mooie gekleurde zakdoeken aan hun toeters. Wel raar hoor, zo'n feestelijke aankleding van de stad op zondag. Dit maken we vast nooit meer mee in Leerdam, dus ik wil er niks van missen.

Hee kijk, iedereen komt in beweging. De belangrijkste man van Leerdam, rentmeester Bijmolt, staat op het bordes van het Hofje en roept dat iedereen op de stoepen van de Kerkstraat moet gaan staan. We moeten ruimte maken voor de stoet van keizer Napoleon, want hij komt er nu echt aan. Het geroffel van paardehoeven en trommelslagers wordt luider en zie, daar komt de stoet van de keizerlijke garde al door de poort. Wat een mooie uniformen hebben die soldaten aan! En van die vreemde langwerpige hoeden hebben ze op. Een 'steek' noemde onze meester zo'n rare hoed, deze week op school.

 

De mannen op de stoep mompelen dat Napoleon te paard is. Da's geluk hebben, dan kan ik hem tenminste duidelijk zien. Ik klim op een vensterbank, zodat ik over de koppen van de grote mensen heen kan kijken naar de grote kleine keizer op zijn paard. Ik zie allemaal ruiters met van die prachtige uniformen aan en van die rare steken op. Wie van hen is nou de keizer? Die moet er vast extra mooi uit zien, zodat je weet wie er de baas is. Kijk daar nou, een kleine man op een heel groot paard, en hij heeft zijn steek dwars op zijn kop, eh... hoofd. Zou dát nou Napoleon zijn? Hij kijkt strak voor zich uit en keurt niemand een blik waardig.

 

Maar wat doet hij nou? Hij hangt helemaal scheef, naar onze kant toe. Hij haalt vlug zijn hand uit zijn blauwe vest met gouden strepen, om zich vast te grijpen aan de manen van het paard. Het helpt niet want hij zakt steeds verder naar links. Zijn steek valt van zijn keizerlijke hoofd op de grond. Napoleon hangt nu zowat op zijn kop, eh... hoofd, aan het paard. Kijk, hij valt! Hij ligt op de grond maar staat meteen weer op. Wat een paniek! Er komen allemaal soldaten om hem heen staan. Ze spreken allemaal Frans en ze kloppen Napoleon zijn uniform af. Eén gardesoldaat wil de afgevallen steek weer op Napoleon z'n hoofd zetten.

 

Maar de keizer begint heel hard te schelden; ik kan het niet verstaan maar hij is duidelijk héél kwaad. Hij grist briesend als zijn paard de steek uit de handen van de soldaat en zet het ding zelf weer dwars op zijn hoofd. Niemand mag een steek of kroon op Napoleon zijn hoofd zetten, dat wil hij altijd zelf doen, heeft de meester laatst verteld. Anders voelt hij zich zo klein. Napoleon wordt nu weer op zijn paard geholpen. Dat moet ook wel want voor die kleine man is het wel een héél hoog paard. Maar als hij zijn linkervoet in de stijgbeugel heeft, schudt hij de gardesoldaten boos van zich af. Hij wil zélf zijn rechterbeen over het paard zwaaien.

 

Meteen komt de stoet weer in beweging en gaat verder over de Hoogstraat. Het hele gezelschap doet of er niks gebeurd is. Maar de mensen langs de kant beginnen nu toch een beetje te giechelen. Ik moet ook stiekem lachen. Wat een rare keizer! Reist heel Europa door, verslaat machtige tegenstanders, kroont zichzelf tot keizer, en dan valt hij in Leerdam van zijn paard, pal voor mijn neus. En ik, een Leerdamse gewoon jongetje van acht jaar, heb op hem neergekeken. Nee, ik vind hem geen groot keizer meer, maar een miezerig mannetje. Voor mij is hij gewoon iemand die steken laat vallen. Zelf valt hij mee. En dat valt mij zo tegen van hem.