Historische Vereniging Leerdam Foto van de Maand Foto vd Maand Fotobank Contact Lid Worden

Een schoolmorgen in de 17e eeuw

1685
Een schoolmorgen in de 17e eeuw
(Jan Beumer)
Om kwart voor zes klepperen klompjes over de keien in de Fonteinstraat. Krijn en Harmen zijn op weg naar school in de Kerkstraat. Hun oogjes glimmen want ze hebben samen een geheim.Gisteren zijn ze door de waterpoort naar de Linge geweest. En aan het einde van de grote steiger waren ze langs de muur van het Hofje gelopen. Vlak onder de muur was een moerassig stukje grond. Tegen de muur groeiden vlierstruiken en uit een van die struiken hadden ze een dikke vlierstok afgebroken. En uit het water hadden ze een paar grote stukken kalmoeswortel meegenomen. Thuis hadden ze het zachte middenstuk uit de stok gepeuterd en een stokje gezocht dat precies in de opening paste. Uit het kalmoes hadden ze proppen gesneden .Als je nu zo’n prop aan het einde van de vlierstok drukte en je het ronde stukje met kracht door de stok duwde vloog zo’n prop er met een plof af . Zo hadden ze de bakkersvrouw, die onder de luifel een beetje zat te dutten, de schrik op haar lijf bezorgd door vlakbij haar het ding af te schieten. Daarna hadden ze een kat de stuipen op het lijf gejaagd door haar met een prop te raken.
Ze rennen over de hoge stoepen en kruipen onder de kettingen door. Nijdig wordt hier en daar op de vensters getikt om de jongens er op te wijzen dat ze niet op de stoepen mogen lopen. Ze renden voort want ze zagen meester Reinaart al op de hoge stoep voor de school staan. Het was bijna zes uur en de kinderen dromden naar binnen .Als een heerser keek de meester over zijn volk om maar iets te ontdekken wat hem niet beviel.De rotting zweefde in zijn hand en wee diegene die duwend of ruw schreeuwend de stoep op liep. Dan zwiepte de dunne stok door de lucht en striemde over de hand of de schouder van de boosdoener .
“Meester,”riep Krijn,”Kijk eens.” En trots toonde hij de proppenschieter. In de strenge ogen van de meester blonk opeens een vrolijk lichtje op. Een blik van herkenning en even dacht hij aan zijn eigen jeugd. Maar daarna keerde de strenge blik weer terug en hij zei bars: “Denk er aan dat ik dat ding binnen niet zal horen.”
Alle kinderen gaan het lokaal binnen. Het licht dat door de kleine vensters naar binnen komt weet niet door te dringen in alle hoeken van het lokaal. Daarom zijn er delen van het lokaal waar een geheimzinnige halve duisternis hangt. De kleintjes gaan zitten op een lage bank en zitten met zijn vijven op een rijtje. Het lijkt wel op de banken van de tegenwoordige gymzaal. De grotere kinderen zitten twee aan twee tegenover elkaar met een schrijfgedeelte in het midden. Er klinkt geroezemoes aleer ieder op zijn plaats zit. Dan komt de meester binnen en zet zich op zijn katheder wat hoog uittorent boven alle kinderen .”Hoofddeksels af”, brult hij. Devoot buigen zich de hoofdjes naar beneden. Met galmende stem spreekt de meester een morgengebed uit. Na het luidkeels uitgesproken Amen zet ieder zijn hoofddeksel weer op. De kleintjes pakken een boek en beginnen aan de godsdienstles. De grotere kinderen pakken hun lei en de griffel uit het laatje en met een luid gerommel leggen ze dat op de tafel. Meester Reinaart heeft ondertussen met een pennenmesje en prachtige scherpe punt aan zijn ganzenveer gesneden .Hij pakt een vel perkament en doopt zijn veer in de tinnen inktpot en begint zwierige letters op het perkament te schrijven. Meester is ook koster in de kerk en hij schrijft ondertussen op welke regels in de kerk gelden. Er is zondag door de kerkenraad geklaagd dat de jongelui te veel herrie maakten tijdens het spel onder het orgel tijdens de kerkdienst .
Met tevredenheid houdt hij het vel in de hoogte en geniet van de bewonderende blikken van de jeugd over zoveel schrijfkunst De kleintjes,die aan het leren zijn ,moeten om beurten naar voren komen om hun vorderingen in het reciteren van psalmen aan de meester te laten horen. Degenen die vlot de regels konden voorlezen en ook nog netjes op toon worden uitgebreid geprezen. Maar o wee, als je wat haperde of af en toe een verkeerd woord prevelde, dan mopperde de meester. En kijk daar komt schuchter het arme Lijsje naar voren. Zij haat lezen omdat ze nooit raad weet met al die zwarte tekens die voor haar ogen lijken te dansen Ze moet nu een psalm oplezen maar ze hakkelt en zegt maar wat haar te binnen schiet.

“Dom wicht,” krijt de meester en geeft haar een draai om de oren .Hij hangt haar een bord om waar opstaat “Lijsje Palmen spot met de psalmen”. “Ga jij maar in de hoek staan en ga maar nadenken hoe je het de volgende keer beter doet.”
Met een vuurrood gezicht schuifelt Lijsje naar de hoek en durft geen ander kind aan te kijken en ze vreest nu reeds hoe ze buiten hierom gepest zal worden.
De jongens hebben hun lei voor zich en breken zich het hoofd over de som die meester op een groot zwart bord heeft gekalkt.
Twee hebben saemen gekocht 8 pinten zoet wijn, nu soo begeren sij deselve te deelen in 2 gelijcken deelen,maer hebben anders geen maete als een fles van vijf pinten en een van 3 pinten .Vrage : hoe sullen sij sulks doen ?
Ondertussen zijn de grotere meisjes aan het lezen. Telkens moeten ze naar voren komen. En ook hier hetzelfde beeld. De meisjes die het stuk zonder fouten en netjes op toon kunnen oplezen worden uitgebreid geprezen .
Maar een klein meisje heeft duidelijk moeite met al die rare tekens. Ze hakkelt telkens en de meester heeft geen enkel mededogen .”Brechtje,je bent een domoor.” en om haar duidelijk te vernederen pakt hij twee ezelsoren en zet die op haar hoofd .Huilend loopt het arme kind terug naar haar plaats.
Met gekwetste kinderzieltjes werd totaal geen rekening gehouden.
Ondertussen zitten Krijn en Harmen heimelijk met hun proppenschieter te spelen .Ze doen een prop kalmoes aan het eind en doen net of ze in de richting van de meester wilden schieten. Steeds bukken ze diep weg en genieten als ze de bewonderende blikken van de andere jongens zien. Roeland is jaloers op hun bezit.
Hij staat op en loopt achter de jongens door. Hij geeft Harmen een harde duw tegen de elleboog. Door de zet gaat de proppenschieter af en met een luide plof vliegt de prop door de lucht.Vliegensvlug probeert Harmen de proppenschieter weg te moffelen maar door al dat gedoe valt zijn lei met luid geraas op de grond. Verstoord kijkt de meester op en de lappen vogel vliegt door de lucht tegen Harmen aan.
Beschaamd brengt hij de vogel terug naar het katheder. Hij moet zijn hand plat op de lessenaar van de meester leggen. De meester pakt de plak en geeft hem een paar ferme tikken op zijn blote hand. De pijn schiet door zijn lijf en zijn vingers lijken in brand te staan .
Hij voelt de waterlanders achter zijn ogen branden maar met ijzeren discipline brengt hij geen snik uit. Eindelijk is de woede van de meester gekoeld en bergt hij de plak op.
Dan gaat de meester vertellen en dat is het mooiste moment van de morgen .Ieder hangt aan zijn lippen en in gedachten varen ze mee naar onbekende verten en huiveren mee met de gevaren op zee en gevaarlijke avonturen die de zeelui beleven.
In de ogen van Harmen komt een verlangende blik en hij droomt helemaal weg bij die verhalen over onbekende verten. O, mocht hij toch ook zelf een keer op zo’n schip aan kunnen monsteren .Maar ja in Leerdam heb je alleen de boot in de Schaijkse vliet die naar Schoonrewoerd vaart en de boot in de steiger die naar Gorkum op en neer vaart.
Om elf uur zit de ochtend er op en gaan alle kinderen weer naar huis om te eten.
Zo, meester Reinaart is tevreden over zijn geleverde opvoedkundige prestaties.

(Schooltijden toen waren in de zomer van 6.00 tot 19.00 met twee keer een uur rust, in de winter van 7.00 tot 18.00)