Historische Vereniging Leerdam Foto van de Maand Foto vd Maand Fotobank Contact Lid Worden

ACHTERUITGANG VAN DE HENNEPTEELT

 

1830
Achteruitgang van de hennepteelt
(Wim van der Leij)


De achteruitgang van de hennepteelt in de polders rond onze stad Leerdam is verontrustend te noemen. Hoe is het zo ver gekomen. Onderstaande analyse probeert daar een antwoord op te geven.

 

Geschiedenis van de hennepbouw

Vanaf de zeventiende eeuw wordt in Nederland, vooral in de Lopikerwaard en het Land van Woerden maar ook rond Leerdam hennep geteeld voor de touwproductie. Hennep is geen inheems gewas in Nederland. Het is afkomstig uit Azië. Er zijn diverse soorten hennep, variërend van soorten die vezels produceren tot soorten waarvan de vrouwelijke variant hasjiesj produceert. Het Nederlandse klimaat is uitstekend geschikt voor de vezelproducerende plant. Deze hennep groeit in een korte periode tot een hoogte van twee tot drie meter. Het kan jarenlang op hetzelfde stuk grond worden verbouwd.

 


                Hennep                                    Touw

 

De hennepteelt in Leerdam is het gevolg van de aanwezige – natte – ondergrond waar de hennep uitstekend op wil groeien en verschaft op die manier extra inkomsten voor de boeren die het toch al moeilijk hebben.
Abraham van Kleij, wonend aan Loosdorp: “Met die paar koeien die ik heb, kan ik nauwelijks een droge boterham verdienen. De hennepteelt is zwaar, maar voor mij een uitkomst: ’t verdient redelijk”.
De boeren leggen speciale ‘hennepwerven’ of ‘henneptuynen’ aan voor de teelt. Na de oogst roten zij de hennep in de sloten rondom de ‘henneptuynen’. Waar deze henneptuynen liggen, kun je zien aan de vorm ervan: kleine akkertjes met brede sloten er omheen.
Voor de bouw van hennep had men niet alleen een kleine akker met brede sloten nodig, maar ook had men een drooghuis nodig waarin een oven kon worden gestookt. Zo’n stookhut stond een eindje van de boerderij af om het gevaar voor brand te verkleinen.
Teuntje van de Zand, de weduwe van Bastiaan van de Koppel: ”Toen het drooghuis later niet meer nodig was, heb ik het drooghuis voor opslag van stro en dergelijke gebruikt.”
Het telen van hennep was een zware klus, waarbij veel handelingen moesten worden verricht alvorens het product kon worden verkocht. Maar de opbrengst maakte echter veel goed!

 

Van hennep tot touw

De vezelhennep wordt verwerkt tot garen voor scheepstouw, visnetten en zeilen. Ook de Leerdamse boeren leveren hennep voor de garenproductie. De garen wordt tot touw verwerkt in touwfabrieken. Deze fabrieken leveren hun touw aan de scheepsbouwbedrijven en rederijen waar veel touw nodig is voor de zeilen.
Een bekende touwfabriek is die van Van der Lee in Oudewater. Daar werd de hennep dan naar toe gebracht.

 

Stoom

De uitvinding van de stoommachine maakt een einde aan het massale gebruik van touw. Immers, zeilen zijn er niet meer, dus touw is voor de scheepvaart veel minder belangrijk geworden.
In 1830 komen de eerste stoomschepen en dan begint de achteruitgang van de hennepproductie. Ook in Leerdam is dat gaandeweg te merken en aan het eind van de 19e eeuw wordt er nauwelijks meer hennep verbouwd rond Leerdam.
De boeren zullen dus om moeten kijken naar een andere extraatje voor hun broodwinning.
Teuntje van Iperen, de weduwe van Wouter Streef, die ook aan Loosdorp woont: “Ik heb het toen een tijdje heel moeilijk gehad en kon nauwelijks rondkomen. Gelukkig kreeg ik wel eens een extraatje van de diaconie van de kerk.”